Twee beleidsmaatregelen met grote gevolgen voor wonen en inkomen
De combinatie van twee grote beleidswijzigingen, de hervorming van het werkloosheidsstelsel vanaf 2026 en de huurbevriezing voor sociale huurders in 2025-2026 , zet zowel huurders als hulpverleners onder druk.
In dit artikel bundelt Ria Vandaele, ex-maatschappelijk werker met jarenlange praktijkervaring en freelance docente bij Escala, de belangrijkste veranderingen en hun impact op huurders, maatschappelijk werkers en woonmaatschappijen.
Huurbevriezing: betekenis, bedoeling en impact op huurders
De huurbevriezing moet huurders tijdelijk beschermen tegen stijgende woonkosten.
Voor veel huurders betekent dit dat hun huur gedurende twee jaar niet stijgt, wat vooral bij lage inkomens voelbare verlichting biedt. De huurbevriezing heeft impact op verschillende soorten huurders.
-
Sociale huurders: Huurders bij een woonmaatschappij kunnen hun huurprijs opnieuw laten berekenen op basis van hun aangepast inkomen. Wanneer zij hun werkloosheidsuitkering verliezen, is het belangrijk dat zij zich onmiddellijk aanmelden voor een herziening van de huurprijs.
-
Private huurders: Voor huurders op de privémarkt zal de huurprijs niet dalen, zelfs niet wanneer hun inkomen daalt door verlies van uitkering. Dit vergroot het risico op budgettaire problemen.

Hervorming van het werkloosheidsstelsel (2026): wat verandert er?
De Belgische regering voerde vanaf 1 maart 2026 een grondige hervorming van het werkloosheidsstelsel door. Het belangrijkste element: Werkloosheidsuitkeringen worden voortaan beperkt in de tijd.
Je kan nog maximaal 24 maanden een normale werkloosheidsuitkering krijgen. Daarna stopt het recht. Iedereen heeft een basisrecht van 12 maanden dat aangevuld kan worden op basis van je beroepsverleden tot extra 12 maanden.
Ook de inschakelingsuitkering voor jongeren wordt ingekort tot maximaal één jaar, aan te vragen binnen het jaar na behalen van het secundair diploma.
Daarnaast veranderen de toegangsvoorwaarden: wie werkloos wordt na 1 maart 2026 werkloos wordt moet binnen 3 jaar minstens 312 voltijdse werkdagen tewerkstelling aantonen. Bij deeltijdse tewerkstelling geldt er een omzetting volgens de tewerkstellingsbreuk, als je bv. 19u/38u werkt, wordt de vereiste proportioneel verhoogd naar 624 dagen.
Naast deze inhoudelijke aanpassingen wordt de overgang naar het nieuwe systeem stapsgewijs ingevoerd. Tot 30 juni 2027 geldt er een overgangsregeling, nadien werkt het werkloosheidsstelsel volledig als een verzekeringsmodel waarin rechten sterker gekoppeld zijn aan effectief beroepsverleden.
Niet iedereen valt onder de nieuwe regels. Sommige groepen blijven uitgezonderd, zoals 55-plussers met minstens 30 jaar beroepsverleden, personen met een beschermingsuitkering en werknemers met een bedrijfstoeslag (SWT). Voor hen blijven de vroegere regels gelden.
Gevolgen voor mensen die werkloos worden of risico lopen op werkloosheid
Voor mensen die hun uitkering behouden, verandert er op korte termijn weinig.
Voor wie zijn uitkering verliest, kunnen de gevolgen echter aanzienlijk zijn. Zij worden geconfronteerd met verlies aan financiële stabiliteit, waardoor het risico op huurachterstal stijgt, zelfs voor sociale huurders die vallen onder de huurbevriezing. Daarnaast neemt de budgettaire krapte toe, wat de nood aan schuldpreventie en budgetbegeleiding versterkt.
Wanneer het inkomen wegvalt, groeit de kans dat mensen zich moeten wenden tot het OCMW voor maatschappelijke integratie, al zal een grote groep niet voldoen aan de voorwaarden voor een leefloon. Dit vergroot de onzekerheid én de kans op frustratie en conflictsituaties, zowel voor cliënten als voor hulpverleners.
Impact op maatschappelijk werkers en lokale besturen
Voor sociale diensten betekent deze hervorming een duidelijke toename in aanvragen voor maatschappelijke integratie, gecombineerd met complexere en tijdsintensieve dossiers. Daarnaast zullen maatschappelijk werkers vaker geconfronteerd worden met crisissituaties, zoals dreigende uithuiszettingen en verhoogde psychosociale druk bij cliënten.
Wanneer er geen bijkomende aanwervingen gebeuren, zal de werkdruk aanzienlijk stijgen. Bovendien vraagt deze nieuwe context om extra aandacht voor de mentale weerbaarheid van maatschappelijk werkers zelf.

Impact op woonmaatschappijen
Ook woonmaatschappijen zullen de gevolgen van de hervorming duidelijk voelen. Zij kunnen een groei van de wachtlijsten verwachten, vooral door huurders die hun uitkering verliezen en de privémarkt niet langer kunnen betalen.
Daarnaast zullen zij meer dossiers met huurachterstal moeten opvolgen en wordt intensievere samenwerking met OCMW, VDAB en CAW noodzakelijk. Proactief werken wordt belangrijker dan ooit: vroegdetectie van financiële problemen zal centraal staan in de ondersteuning van huurders.
Praktische handvatten voor maatschappelijk werkers
Maatschappelijk werkers kunnen nu al stappen zetten om cliënten beter te beschermen in deze veranderende context. Dat begint bij het tijdig herkennen van signalen van financiële problemen en het vroeg doorverwijzen naar budgethulp of schuldpreventie.
Daarnaast is het essentieel dat zij cliënten correct informeren over hun rechten binnen de nieuwe regelgeving, zodat mensen geen steun mislopen en beter voorbereid zijn op mogelijke veranderingen in hun inkomen.
Wil je je verder verdiepen in de veranderingen rond de beperking van werkloosheidsuitkeringen en de impact op OCMW dossiers? Ontdek dan onze opleiding “Beperking werkloosheid in de tijd en OCMW dossierbeheerders” gegeven door Ria Vandaele.
