Grenzen stellen in hulpverlening zonder de relatie te schaden

Waarom duidelijke grenzen werkrelaties veiliger en menselijker maken

time icon 3 min time icon 05 feb. 2026 time icon Jolien Careye
Jolien Careye

Waarom grenzen stellen in de hulpverlening zo moeilijk blijft

Grenzen stellen in de hulpverlening voelt voor veel maatschappelijk werkers en woonbegeleiders ongemakkelijk. Alsof nabijheid automatisch betekent dat je altijd beschikbaar moet zijn, dat je moet blijven dragen, blijven meedenken, blijven oplossen. 
In haar werk als docent en expert voor Escala ziet Jolien Careye hoe hardnekkig die overtuiging leeft. En hoe vaak net daar de kiem ligt van uitputting, frustratie en relaties die langzaam scheef groeien.

Die angst om grenzen te stellen is ergens begrijpelijk. Vanuit een systemisch perspectief lijkt het helpsysteem soms zelfs te vragen om reddersgedrag. Wie zorgt, wordt bevestigd. Wie blijft doorgaan, krijgt dankbaarheid. Maar onderzoek en praktijkervaring tonen iets anders: vage of ontbrekende grenzen ondermijnen net de veiligheid van de relatie.

 

Wanneer zorgen stilletjes redden wordt

Er zit een lastige paradox in hulpverlening. Hoe meer de hulpverlener draagt, hoe minder ruimte er overblijft voor de cliënt om zelf te dragen. Zonder dat iemand het zo bedoelt, ontstaat er afhankelijkheid. De hulpverlener wordt onmisbaar, de cliënt steeds machtelozer.

Jolien Careye verwijst in dat verband vaak naar het idee van de dramadriehoek: de redder, het slachtoffer en de aanklager. De redder heeft, onbewust, een slachtoffer nodig om zinvol te zijn. Die dynamiek lijkt op betrokkenheid of zorg, maar dient vooral het systeem. Niet de groei. Beide partijen blijven gevangen in een patroon dat op termijn uitput en onmondig maakt.
En dat sluipt erin. Zelden met grote gebaren, vaker met kleine verschuivingen.

Misschien merk je het aan jezelf wanneer je ’s avonds nog oplossingen zit te bedenken voor een cliënt. Of wanneer je sneller schuld voelt bij “nee zeggen” dan bij structureel over je eigen grenzen gaan. Soms doe je nog “even snel” iets buiten de werkuren. En heel eerlijk: af en toe fantaseer je over vakantie, niet uit goesting, maar als uitweg.
 

De subtiele signalen van reddersgedrag

Reddersgedrag kondigt zich zelden luid aan. Het zit in teleurstelling wanneer iemand je advies niet opvolgt. In alvast bellen of regelen om te voorkomen dat het misloopt, ook al werd dat niet gevraagd. In taken overnemen omdat het “sneller gaat als ik het doe”.
Sommige hulpverleners voelen zelfs opluchting wanneer het goed gaat met een cliënt, alsof het ook iets zegt over hun eigen succes. Anderen geven hun privénummer “voor noodgevallen”, waarbij die noodgevallen steeds ruimer gedefinieerd raken.

Het venijnige? Dit gedrag wordt vaak beloond. Met dankbaarheid. Met erkenning. En net daardoor blijft het systeem van afhankelijkheid in stand.
 

Grenzen stellen is geen techniek, maar een positie

Volgens Jolien Careye zit de kern niet in communicatietips of trucjes. Grenzen stellen is geen techniek, maar een relationele positie. Het vraagt een verschuiving in denken: van “ik moet jouw probleem oplossen” naar “ik begeleid jou in het oplossen van jouw probleem”.
Die omslag begint niet bij de ander, maar bij jezelf. Wat raakt deze situatie in mij? Waarom voel ik me zo verantwoordelijk? Welke eigen nood - erkenning, bevestiging, angst om af te wijzen - wordt hier aangesproken? Overbetrokkenheid vertelt vaak meer over de kwetsbaarheid van de hulpverlener dan over wat de cliënt nodig heeft.

Dat innerlijke werk is niet comfortabel. Het wringt. Soms schuurt het met het beeld dat je van jezelf hebt als “goede hulpverlener”. Toch is het essentieel. Reflectie, supervisie en eerlijke collegiale uitwisseling maken hier een verschil. Structuur en teamafspraken helpen, maar lossen weinig op zonder dat zelfbewustzijn.
 

Hardnekkige misverstanden die blijven hangen

Een van de meest gehoorde overtuigingen is: “Als ik grenzen stel, laat ik mensen in de steek.” In werkelijkheid gebeurt vaak het omgekeerde. Door alles over te nemen, bevestig je onbedoeld de boodschap: “Jij kunt dit niet zelf.” Grenzen stellen is geen afwijzing, het is respect. Het is zeggen: “Ik vertrouw erop dat jij dit kunt leren.”

Ook het idee dat kwetsbare cliënten extra voorzichtigheid vragen, verdient nuance. Kwetsbaar betekent niet breekbaar. Mensen kunnen geraakt zijn én veerkrachtig. Wie iemand voortdurend als “te kwetsbaar” behandelt, infantiliseert. Trauma-sensitief werken gaat niet over vermijden dat er iets gebeurt, maar over vertrouwen hebben in iemands vermogen om moeilijke dingen aan te kunnen, mét begeleiding.

En dan is er nog het beeld dat grenzen hard of onpersoonlijk zouden zijn. In de praktijk zorgen grenzen net voor duidelijkheid en veiligheid. Ze maken echte ontmoeting mogelijk, in plaats van rolvervulling en uitputting.
 

Betrouwbaar beschikbaar, niet permanent bereikbaar

Goede hulpverleners zijn niet altijd beschikbaar. Ze zijn betrouwbaar beschikbaar, binnen duidelijke kaders en op afgesproken momenten. Permanente bereikbaarheid creëert geen veiligheid, maar afhankelijkheid. Wat gebeurt er immers wanneer jij er even niet bent? Dan ontstaat paniek, omdat het systeem rond jou gebouwd werd.
Grenzen stellen in hulpverlening beschermt dus niet alleen jezelf. Het maakt ook autonomie, gelijkwaardigheid en echte groei mogelijk. Pas wanneer je niet meer alles draagt, ontstaat er ruimte voor de ander om te bewegen.
 

Verder verdiepen als maatschappelijk werker

Voor maatschappelijk werkers en woonbegeleiders die hier verder rond willen groeien, biedt Escala opleidingen en trajecten die inspelen op thema’s als professionele grenzen, zelfreflectie en duurzame hulpverleningsrelaties. Op de pagina rond maatschappelijk werk vind je een overzicht van opleidingen en oplossingen die aansluiten bij de dagelijkse praktijk.
Grenzen stellen blijft misschien spannend. Soms zelfs wat dubbel. Maar precies daar, aan die rand van het comfortabele, ontstaat beweging. En uiteindelijk ook sterkere relaties voor cliënten én voor jezelf.
 

maatschappelijk werker