landbouwer op het land

Het Verzameldecreet Omgeving-Landbouw 2026 is op 10 augustus gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad. Anders dan bij de modulaire omgevingsvergunningsprocedure gaat het hier dus niet over een hervorming die nog in voorbereiding is. De meeste bepalingen van het Verzameldecreet traden op 20 augustus 2026 in werking.

Het gaat om een omvangrijk wijzigingsdecreet: 143 artikelen wijzigen samen 25 wetten en decreten over onder meer ruimtelijke ordening, vergunningen, milieu, natuur, water, bodem en landbouw. Voor jou als omgevingsmedewerker is het weinig zinvol om al die wijzigingen naast elkaar te zetten. Een beperkt aantal heeft een veel directere impact op de dagelijkse praktijk van lokale omgevingsdiensten.

Meer flexibiliteit bij lasten in verkavelingen

Een eerste concrete wijziging gaat over lasten die worden verbonden aan een omgevingsvergunning voor het verkavelen van gronden.
Tot nu verplicht artikel 77, §1 van het Omgevingsvergunningendecreet voor bepaalde lasten in natura om vóór de start van de werken een financiële waarborg te stellen. Voor verkavelingsvergunningen verdwijnt die verplichting. Dat betekent niet dat een waarborg niet langer mogelijk is. Het bestuur krijgt opnieuw de keuze tussen het uitvoeren van de lasten en het waarborgen ervan.

Voor het verlijden van de verkavelingsakte blijft wel een belangrijke controle bestaan: uit een attest van het college van burgemeester en schepenen moet blijken dat de lasten voor de volledige verkaveling of voor de betrokken verkavelingsfase zijn uitgevoerd of gewaarborgd.

Tegelijk keert bestuursdwang terug wanneer een opgelegde last niet tijdig wordt uitgevoerd. Nadat de schuldenaar nog een termijn heeft gekregen om de last zelf uit te voeren, kan de bevoegde overheid uiteindelijk ambtshalve voor uitvoering zorgen. De kosten daarvan zijn voor de schuldenaar.

Voor nieuwe verkavelingsaanvragen geldt deze gewijzigde regeling vanaf 20 augustus. Dat is dus een wijziging die onmiddellijk relevant is voor gemeentelijke werkafspraken rond lasten, waarborgen en verkavelingsattesten.

Meer mogelijkheden in woonreservegebied

Zo kan voortaan zonder voorafgaand vrijgavebesluit een omgevingsvergunning worden verleend voor de loutere afbraak of verwijdering van constructies en voor het vellen van bomen. Daarnaast wordt een oplossing voorzien voor verkavelingen die slechts gedeeltelijk in woonreservegebied liggen. Een verkavelingsvergunning kan mogelijk zijn wanneer de voorschriften voor het gedeelte in woonreservegebied geen bebouwing of verharding toelaten.

Interessant voor lokale besturen zijn ook de nieuwe afwijkingsmogelijkheden bij kleinere vrijgavebesluiten. Bij een vrijgave van minder dan een halve hectare kan gemotiveerd worden afgeweken van bepaalde vereisten inzake verweving of vermenging van functies en gedeelde voorzieningen. Bij een vrijgave van minder dan vijftien are kan onder voorwaarden ook worden afgeweken van vereisten inzake hoog ruimtelijk rendement en een minimale groepering van woningen.

Dat is geen vrijgeleide. De afwijkingen moeten worden gemotiveerd en de basisvoorwaarde blijft behouden dat de vrijgave betrekking heeft op een samenhangend en ruimtelijk afzonderbaar onderdeel van het woonreservegebied.
Voor jou als omgevingsmedewerker kan de wijziging vooral een verschil maken bij kleine restzones en dossiers waarbij een perceel of verkaveling maar gedeeltelijk in woonreservegebied ligt.

Ook de planschaderegeling wijzigt

Het Verzameldecreet voert daarnaast een nieuwe uitzondering op de planschadevergoeding in.

Die uitzondering speelt wanneer twee voorwaarden samen vervuld zijn.

  • De betrokken percelen moeten deel uitmaken van een gebiedsgericht project dat mogelijk wordt gemaakt door het RUP dat aanleiding geeft tot de aanvraag.

  • Tegelijk moet het bouw- of verkavelingsverbod voortvloeien uit een gedetailleerde ordening in dat RUP die op het niveau van het gebiedsgerichte project een waardevermeerdering oplevert ten opzichte van de toestand vóór het RUP.


Vooral de overgangsregeling verdient aandacht. De nieuwe uitzondering kan ook relevant zijn voor een RUP dat al vóór de inwerkingtreding van de wijziging werd vastgesteld, wanneer de definitieve beslissing over de planschadevergoeding pas vanaf de inwerkingtreding wordt genomen.

Daarnaast verdwijnt het meerwaarderamingsrapport uit de planschaderegeling. Heb je binnen je bestuur lopende RUP-processen of planschadedossiers, dan is dit dus geen wijziging die je alleen bij nieuwe dossiers moet bekijken. Ook bestaande trajecten kunnen een screening vragen.

goedkeuring na een omgevingsvergunningsprocedure
landbouwpercelen

Niet alles startte op 20 augustus

De hoofdregel is duidelijk: de meeste bepalingen traden op 20 augustus 2026 in werking. Maar dat geldt niet voor alles. Zo krijgt het toekomstige digitale platform voor stedenbouwkundige verordeningen een afzonderlijke startdatum. Ook enkele belangrijke wijzigingen rond de bekendmaking van beslissingen over vergund geachte constructies en de beroepstermijn daartegen starten pas op een later door de Vlaamse Regering te bepalen moment.
Precies bij dat laatste zit een belangrijke juridische valkuil. Een deel van de regeling rond ‘vergund geacht’ veranderde op 20 augustus, terwijl een ander deel pas later in werking treedt.


Wat betekent dit voor je dossierbehandeling?

Ga gericht na welke bestaande werkprocessen sinds 20 augustus moeten zijn aangepast. Bij nieuwe verkavelingsaanvragen verdient de regeling rond lasten en waarborgen aandacht. Bij dossiers in woonreservegebied moet je rekening houden met de nieuwe mogelijkheden en afwijkingen. Besturen met lopende RUP- of planschadedossiers doen er goed aan die te screenen.

Belangrijk is vooral om niet alle 143 artikelen met hetzelfde gewicht te behandelen. Voor een lokale omgevingsdienst zit de impact in een beperkt aantal concrete wijzigingen - maar bij die wijzigingen kan het verschil in een individueel dossier wel aanzienlijk zijn.

Vier kleinere wijzigingen uit het Verzameldecreet die je best op je radar houdt

Voor jou als omgevingsmedewerker zijn vooral deze vier het onthouden waard.


1 Bemalingswater: onder voorwaarden geen afvalstof meer

Bemalingswater dat overeenkomstig titel II van VLAREM opnieuw in de ondergrond wordt gebracht of nuttig wordt gebruikt, wordt uitgesloten van het begrip afvalstof in het Materialendecreet.
Dat betekent niet dat bemalingswater zonder voorwaarden kan worden hergebruikt of geïnfiltreerd. De toepasselijke VLAREM-regels blijven gelden. De wijziging verduidelijkt vooral de juridische kwalificatie wanneer aan die voorwaarden is voldaan.


2 Meer ruimte om vergunningen bij te stellen voor waterkwaliteit

Ook de regeling rond het bijstellen van omgevingsvergunningen voor ingedeelde inrichtingen of activiteiten wordt aangepast.
In principe is zo’n bijstelling gekoppeld aan het twintigjarige evaluatiemoment van een vergunning van onbepaalde duur. Het Verzameldecreet maakt daarop een uitzondering voor een gemotiveerd verzoek van de leidend ambtenaar van de VMM met het oog op de doelstellingen van de Europese Kaderrichtlijn Water. Bij dergelijke verzoeken geldt die beperking tot het twintigjarige evaluatiemoment dus niet.
Daarnaast worden indirecte lozingen van huishoudelijk afvalwater en bedrijfsafvalwater in grondwater toegevoegd aan de gevallen waarvoor, volgens de verdere regels van de Vlaamse Regering, een vergunning van bepaalde duur mogelijk kan zijn.

3 Stedenbouwkundige verordeningen worden verder gedigitaliseerd

Het decreet voorziet ook in een digitaal platform voor stedenbouwkundige verordeningen. Via dat platform zullen documenten en adviezen bij de opmaak van een stedenbouwkundige verordening elektronisch kunnen worden uitgewisseld en ter beschikking gesteld.
Voor de praktijk is vooral de timing belangrijk: deze regeling trad niet automatisch op 20 augustus 2026 in werking. De Vlaamse Regering moet daarvoor nog een afzonderlijke datum bepalen.


4 Minder nadruk op de aangetekende brief in het Bodemdecreet

Ten slotte verdwijnen in verschillende bepalingen van het Bodemdecreet expliciete verwijzingen naar kennisgeving “bij aangetekende brief”. Het gaat onder meer om bepalingen over bepaalde kennisgevingen en beslissingen binnen bodemdossiers.
De decreetgever laat daarmee de expliciete decretale verplichting tot aangetekende verzending in die bepalingen los. Voor wie bodemdossiers behandelt, is het dus nuttig om ook de administratieve werkwijze op dat punt mee te bekijken.


Wat betekent dit voor je dossierbehandeling?

Deze wijzigingen vragen geen algemene aanpassing van elk dossierproces. Ze worden vooral relevant zodra je met het betrokken thema te maken krijgt. Bij bemalingen moet je de nieuwe kwalificatie kennen én de VLAREM-voorwaarden blijven controleren. Bij milieudossiers kan de gewijzigde bijstellingsregeling belangrijk worden. Voor stedenbouwkundige verordeningen moet je de afzonderlijke inwerkingtreding van het digitale platform opvolgen. En bij bodemdossiers loont het om na te gaan of bestaande interne procedures nog uitgaan van een verplichte aangetekende verzending.

Het zijn misschien geen wijzigingen die elke dag op je bureau liggen, maar net daarom zijn ze gemakkelijk over het hoofd te zien.