Sinds 1 december 2025 is in Vlaanderen de vernieuwde regelgeving rond milieueffectrapportage (MER) van kracht. Deze hervorming wil de milieueffectbeoordeling eenvoudiger, sneller en juridisch helderder maken en tegelijkertijd de kwaliteit van milieubeoordelingen te laten verhogen. Maar wat verandert er precies, en wat betekent dit voor initiatiefnemers, vergunningverleners en adviseurs?
Een milieueffectrapport (MER) is een instrument dat beoordeelt welke gevolgen een plan of project kan hebben voor het milieu en de gezondheid van mensen. Deze informatie is cruciaal om weloverwogen beslissingen te nemen over vergunningen en ruimtelijke plannen.
De vroegere mogelijkheid om een ontheffing van de MER-plicht aan te vragen is afgeschaft. Voortaan zijn er enkel nog:
• projecten waarvoor altijd een volledig MER verplicht is (bijlage I), en
• projecten waarvoor minstens een MER-screening uitgevoerd moet worden (bijlage II).
De MER-screening bepaalt of een volledig rapport nodig is. Deze screening is nu een vast onderdeel van de omgevingsvergunningsprocedure en moet binnen de gewone beslistermijnen worden beoordeeld.
De vroegere Dienst MER is vervangen door het Vlaams Expertisecentrum m.e.r. (VECM). Dit centrum heeft een adviserende en kennisdelende rol en biedt ondersteuning via nieuwe digitale tools.
De vernieuwde regelgeving zet sterk in op digitalisering. Nieuwe digitale hulpmiddelen moeten initiatiefnemers en vergunningverlenende overheden helpen om sneller en consistenter te bepalen of een MER of screening nodig is.
Dossiers die vóór 1 december 2025 zijn ingediend, blijven onder de oude MER-procedures vallen. Nieuwe aanvragen na deze datum volgen de vernieuwde regels. Er zijn bovendien overgangsmaatregelen voorzien om lopende dossiers juridisch veilig af te ronden.
De vernieuwde MER-regelgeving in Vlaanderen zet duidelijk in op efficiënte procedures en heldere bevoegdheden. Toch dook in de praktijk een fundamenteel spanningsveld op: kan een overheid zelf beslissen over de milieueffecten van haar eigen projecten?
Op 18 september 2025 oordeelde het Grondwettelijk Hof dat een gemeente of provincie niet onafhankelijk genoeg kan oordelen over haar eigen projecten waarvoor een MER-screening vereist is. Dat arrest vernietigde het betreffende artikel in het Omgevingsvergunningendecreet omdat het niet voldeed aan de vereiste van een volledige functionele scheiding tussen initiatiefnemer en beoordelaar.
De rechterlijke beoordeling sloot aan bij het Europese Hof van Justitie, dat stelt dat ook bij MER-screenings een passende scheiding moet bestaan tussen initiatiefnemer en degene die beoordeelt.

Om die juridische onzekerheid weg te nemen, paste het Vlaams Parlement op 19 november 2025 het Omgevingsvergunningendecreet aan via een hersteldecreet. De kern van de nieuwe regeling:
Gemeentelijke projecten waarvoor een MER of MER-screening vereist is, worden in eerste aanleg behandeld door de deputatie.
Provinciale projecten met MER- of screeningsplicht worden behandeld door de Vlaamse Regering.
Deze escalatie geldt ook als de gemeente of provincie via een publiekrechtelijke structuur (zoals een autonoom gemeentebedrijf of intergemeentelijk samenwerkingsverband) mede-aanvrager is.
Het hersteldecreet werkt terug tot 19 september 2025, zodat lopende dossiers niet in een juridisch vacuüm terechtkomen. Bepaalde bepalingen sluiten dan weer nauw aan bij de nieuwe MER-regels die op 1 december 2025 van kracht zijn geworden.
Een gemeente of provincie mag de MER-screening van eigen projecten niet langer zelf beoordelen.
Dossiers moeten vanaf de start bij de juiste overheid worden ingediend
Een fout in de bevoegdheidskeuze kan leiden tot vernietiging van beslissingen in beroep.
