Wanneer wordt een paardenhouderij zonevreemd?

Een praktische leidraad voor lokale besturen over zonevreemdheid, goede ruimtelijke ordening en de grens tussen landbouw en recreatie

time icon 3 min time icon 29 apr. 2026 time icon Escala
paardenhouderij zonevreemd of niet

Paardenhouderij in agrarisch gebied: landbouw of zonevreemd?

Een bijzondere situatie binnen het agrarisch gebied zijn paardenhouderijen en andere aan paarden gerelateerde activiteiten.

De klassieke hoeve in agrarisch gebied krijgt in zonevreemde context steeds vaker een nieuwe invulling. Wat begint als een beperkte hobby, evolueert daarbij al eens naar een volwaardige infrastructuur voor paarden met stallen, pistes en bijgebouwen.

Voor omgevingsambtenaren stelt zich dan een fundamentele vraag: is dit nog landbouw, of is dit zonevreemd?

De kern van het probleem: wat is “landbouw”?

Hier ligt voor de beoordelaar van een omgevingsvergunningsaanvraag een dubbele moeilijkheid. Enerzijds is niet elke activiteit met paarden een beroepsmatige landbouwactiviteit of para-agrarische activiteit. De beoordeling hangt af van:

  • de aard van de activiteit

  • de schaal

  • de economische finaliteit


Zo worden paardenfokkerijen vaker als zone-eigen gezien, daar waar een paardenhouderij vaker een recreatief en aldus zonevreemd karakter krijgt toegedicht.

Anderzijds is er met betrekking tot de paardensector ook geen eenduidige visie vanuit de adviserende Vlaamse administratie, inzonderheid het Agentschap voor Landbouw & Zeevisserij. Hoewel verwijzingen naar de omzendbrief van 1997 nog courant zijn, en daarin wordt gesteld dat ook in dat paardenhouderijen vanaf 10 paarden als para-agrarisch kunnen worden gezien (en dus vergunbaar zijn in agrarisch gebied, zonder de kaart zonevreemdheid te trekken), adviseert ALZ dit vaak ongunstig de laatste jaren, waarbij wordt gesteld dat minder dan 20 paarden niet beroepsmatig is.

Problematiek in zonevreemde context is daarbij vooral het vermeende combinatieverbod van zonevreemde functiewijzigingen. Daardoor kan een aanvrager op basis van art. 9 wel een paardenhouderij aanvragen, maar is het vervolgens - volgens de meeste courant strekking, niet meer mogelijk om ook art. 11 (zonevreemd wonen) aan te vragen en aldus bij de paardenhouderij te wonen. Dat bemoeilijkt de situatie aanzienlijk.

Bij de keuze voor zonevreemde wonen wordt dan weer veelvuldig de sloop van de overige bedrijfsgebouwen geëist, waardoor er geen stallingsmogelijkheden voor paarden meer overblijven. Het is dus raadzaam om steeds alle adviezen en argumenten tegen elkaar af te wegen, en een keuze te maken die juridisch correct is en aansluit bij de gemeentelijke visie op de goede ruimtelijke ordening dienaangaande.

Goede ruimtelijke ordening: jouw sterkste argument

In elk dossier met betrekking tot zonevreemdheid is het onze grootste aanbeveling om, van zodra het gevraagde de juridisch-planologische toets doorstaat, de gemeentelijke visie op de goede ruimtelijke ordening als leidend principe te hanteren. 

Let onder meer op:

  • schaal en impact op open ruimte

  • mobiliteit en hinder

  • precedentwerking

In moeilijke dossiers draagt dit vaak de beslissing. 


Praktische aanpak voor lokale besturen

Werk systematisch:

  • Analyseer de activiteit (landbouw vs. recreatie)

  • Bepaal het zone-eigen of zonevreemd karakter

  • Onderzoek het vergund statuut

  • Toets aan goede ruimtelijke ordening


En vooral: motiveer duidelijk, werk consistent & vermijd ad-hoc beslissingen

Wat zegt de rechtspraak?

De rechtspraak is niet eenduidig over het gegeven of een paardenhouderij nu kan en mag gezien worden als (para-)agrarisch of niet. 

In enkele relatief recente arresten vernietigde de Raad telkens de verleende vergunning voor het houden van paarden omdat de beslissing van de overheid onvoldoende blijk gaf van een eigen beoordeling van de elementen van het dossier, waaruit dan bleek dat het ging om een (para-)agrarisch, eerder dan een recreatief karakter. Zie dienaangaande o.m. RvVb 3 februari 2022, nr. A-2122-0432 en RvVb 4 augustus 2022, nr. A-2122-1019).

De rode draad doorheen deze en andere arresten is dat een paardenhouderij in aanmerking kan komen voor een vergunning in agrarisch gebied, doch dat zulks een goede onderbouwing vereist van het beroepsmatige en (para-)agrarische karakter. Louter recreatieve activiteiten, zoals een manege of een inrichting voor ruitersport en een rijschool, worden niet weerhouden.
Niet als stallen bij particulieren overigens. Een professioneel uitgebate paardenhouderij, met het oog op het africhten en opleren van paarden, heeft wel kans op slagen.

De lijn in de rechtspraak is duidelijk:

  • recreatief gebruik = zonevreemd

  • enkel echte landbouw = zone-eigen

aanvraag vergunning
bekijken zonevreemdheid op een plan

Tot slot: een evenwichtsoefening

Zonevreemdheid is geen uitzondering, maar een structureel onderdeel van de vergunningenpraktijk. Voor omgevingsambtenaren betekent dit:

  • juridisch correct werken

  • én tegelijk ruimtelijke keuzes maken

Wie zonevreemdheid beheerst, beschikt over een van de belangrijkste instrumenten binnen het omgevingsrecht.

Wil je deze materie verder verdiepen en vooral leren hoe je dit soort dossiers concreet aanpakt in de praktijk? In onze opleidingen rond omgevingsrecht en vergunningverlening werken we met herkenbare cases, actuele rechtspraak en een duidelijke beslissingslogica die je meteen kan toepassen in je eigen dossiers.

Zo bouw je niet alleen kennis op, maar ook de zekerheid om juridisch onderbouwde en consistente beslissingen te nemen.