Van watertoets naar ruimtelijke afweging

Waarom wateroverlast en droogte steeds zwaarder doorwegen in vergunningen

time icon 3 min time icon 02 jul. 2026 time icon Céline van de velde
stortbui

Water is uiteraard niet nieuw binnen het omgevingsrecht. De watertoets, de hemelwaterverordening, overstromingskaarten en adviezen van waterbeheerders maken al jaren deel uit van vergunningendossiers. Wat wel veranderd is, is het gewicht dat aan water gerelateerde aspecten wordt toegekend.

Door toenemende droogteperiodes, wateroverlast en klimaatadaptatie is de beoordeling van de waterimpact van een project op de omgeving de voorbije jaren veel prominenter geworden binnen vergunningstrajecten. Water is daardoor vaker een doorslaggevende factor in de uiteindelijke besluitvorming.

Als omgevingsmedewerker merk je dat water niet langer uitsluitend wordt bekeken als een technische randvoorwaarde. Niet alleen de verenigbaarheid van de aanvraag met de hemelwaterverordening of de correcte toepassing van de watertoets zijn relevante zaken. Steeds vaker moet je ook beoordelen of een project ruimtelijk verantwoord is in een omgeving die gevoeliger wordt voor wateroverlast, droogte of beide.

Water wordt een ruimtelijke factor

Die evolutie is logisch. Vlaanderen wordt geconfronteerd met intensere neerslagpieken, maar ook met langere droogteperiodes. Daardoor verschuift de focus van “water afvoeren” naar “water vasthouden”. Infiltratie, buffering, hergebruik van hemelwater en ontharding zijn niet langer louter technische maatregelen, maar ruimtelijke keuzes die mee bepalen of een project klimaatbestendig en ruimtelijk verantwoord is.

De vernieuwde gewestelijke hemelwaterverordening, die sinds 2 oktober 2023 van toepassing is, vertrekt expliciet vanuit het principe dat water maximaal ter plaatse wordt gehouden. De verordening wil niet alleen overstromingsrisico’s beperken, maar ook bijdragen aan droogtebestrijding en een duurzamer waterbeheer. Daardoor worden infiltratie, buffering en hergebruik vandaag nadrukkelijker beoordeeld dan vroeger.

Ook de watertoets blijft daarbij een essentieel instrument.  De praktijk verlangt echter meer dan het formeel doorlopen van die toets. De impact van bijkomende verharding, de ligging in of nabij kwetsbare zones, de mogelijkheid tot infiltratie en de cumulatieve druk op een wijk of stroomgebied worden belangrijker.

tuin onder water
watertoets administratief bijhouden

Technisch in orde is niet altijd voldoende

Belangrijk daarbij is dat de watertoets ruimer gaat dan een loutere controle op de naleving van de hemelwaterverordening. Ook wanneer een project technisch voldoet aan de verordening, moet de vergunningverlenende overheid nog steeds beoordelen welke impact het project heeft op het watersysteem in zijn geheel. De juridische toetsing stopt dus niet bij de technische checklist.

Voor jou als omgevingsmedewerker wordt de kernvraag dus scherper: is dit project op deze locatie, met deze verharding en bebouwing, deze afwatering en deze omgevingscontext nog verantwoord? Die vraag raakt aan de goede ruimtelijke ordening. Water is daarbij geen los technisch hoofdstuk meer, maar een onderdeel van de ruimtelijke beoordeling.

Meer aandacht voor motivering en klimaatgegevens

Ook adviezen van waterbeheerders spelen daarin een belangrijke rol. Ze zijn niet automatisch bindend, maar een afwijking van een negatief of kritisch advies moet zorgvuldig worden gemotiveerd. Naarmate de waterimpact van een project kritischer of groter wordt, stijgt ook het belang van een goed onderbouwde motivering.

Nieuwe instrumenten versterken die evolutie. Klimaatkaarten, watertoetskaarten en het Klimaatportaal maken kwetsbaarheden meer zichtbaar. Die informatie maakt niet automatisch een beslissing, maar helpt wel om dossiers scherper te beoordelen en beter te motiveren.

Wat betekent dit voor je dossierbehandeling?

Kijk bij watergevoelige dossiers niet alleen of de formele watertoets en hemelwaterverordening werden toegepast, maar ook of het project ruimtelijk logisch is op deze locatie. Controleer vooral bijkomende verharding, infiltratiekansen, reliëf(wijzigingen), afstroming en de ruimere context van straat, wijk of stroomgebied. Kijk ook na of eventuele adviezen van waterbeheerders correct werden verwerkt of, bij afwijking, voldoende gemotiveerd werden weerlegd.

De vergunningenpraktijk evolueert dus niet naar een volledig nieuw thema, maar naar een intensere toetsing. Water was al aanwezig. Het weegt vandaag alleen vaker en zwaarder door  in de beslissing.