De 6 meest voorkomende fouten of onvolkomenheden in vergunningendossiers rond water

Waar het in de beoordeling vaak misloopt

time icon 3 min time icon 03 jul. 2026 time icon Celine Van De Velde
vergunningsdossier met onvolkomenheden

Veel fouten of onvolkomenheden in waterdossiers ontstaan niet omdat je de regelgeving niet kent, maar omdat je vertrekt vanuit een te beperkt beoordelingskader. Water wordt dan nog bekeken als een technisch aandachtspunt, terwijl het steeds vaker een ruimtelijke afwegingsfactor is.

De huidige regelgeving heeft bovendien een ruimere reikwijdte dan vroeger. Ook bepaalde verbouwingen kunnen aanleiding geven tot bijkomende verplichtingen inzake infiltratie, buffering of hergebruik. Het klassieke idee dat enkel grote nieuwbouwprojecten met deze regels worden geconfronteerd, klopt steeds minder.

1. De watertoets verwarren met de volledige waterbeoordeling

Een positieve of correct doorlopen watertoets betekent niet automatisch dat een dossier ruimtelijk probleemloos is. De watertoets blijft essentieel, maar ze vormt niet het volledige verhaal. Ook de ligging, de verhardingsgraad, de infiltratiekansen, de droogtegevoeligheid en de cumulatieve impact van gelijkaardige projecten kunnen relevant zijn.
Een dossier kan formeel aan een aantal vereisten voldoen en toch vragen oproepen vanuit de goede ruimtelijke ordening.

2. Enkel naar het perceel kijken

Je beoordeelt een vergunning op perceelsniveau, maar water houdt zich niet aan perceelsgrenzen. Een bijkomende verharding van enkele tientallen vierkante meters lijkt op zichzelf beperkt. Wanneer dezelfde redenering in meerdere  dossiers binnen dezelfde wijk wordt gevolgd, ontstaat een heel ander beeld.
Wateroverlast en droogte zijn vaak het resultaat van opeenvolgende kleine ingrepen. Daarom moet je niet alleen kijken naar het individuele perceel, maar ook naar de ruimere omgeving.

3. Verhardingen onderschatten

Bij waterimpact denk je misschien eerst aan gebouwen. Toch zijn het vaak opritten, terrassen, parkings, tuinpaden, kunstgras of andere verhardingen die de infiltratiecapaciteit ter plaatse aantasten.
Dat betekent dat je de buitenaanleg niet als detail mag behandelen. De waterimpact zit vaak net in wat rond het gebouw gebeurt.

 

4. Droogte vergeten omdat er geen wateroverlast is

Waterbeleid werd lang vooral benaderd vanuit overstromingsrisico. Die reflex blijft begrijpelijk, maar is vandaag te beperkt. Droogte, grondwateraanvulling en infiltratie worden minstens even belangrijk.
Een dossier zonder zichtbaar overstromingsrisico kan dus toch relevant zijn vanuit droogte- of infiltratieoogpunt.

verharding in een tuin

5. Standaardvoorwaarden opleggen zonder te toetsen of ze werken

Standaardvoorwaarden kunnen efficiënt zijn, maar ze zijn niet altijd geschikt voor elk dossier. Een infiltratievoorziening opleggen heeft weinig zin als infiltratie op die locatie nauwelijks mogelijk is. Een hemelwaterput opleggen heeft meer waarde wanneer er ook realistisch hergebruik is.

Een vergunning kan niet uitsluitend worden gedragen door algemene of gestandariseerde voorwaarden. Je moet steeds nagaan of de opgelegde maatregelen daadwerkelijk aansluiten bij de concrete kenmerken van het terrein. Wanneer bijvoorbeeld onvoldoende onderzocht is of infiltratie technisch haalbaar is op een bepaalde locatie, kan dat gebrek niet zomaar worden opgelost door achteraf een algemene buffer- of infiltratievoorwaarde op te leggen.
De vraag is dus niet alleen welke voorwaarde je juridisch kan opleggen, maar ook of die voorwaarde in deze concrete situatie effectief bijdraagt aan een betere waterhuishouding.

6. Water als louter technisch probleem beschouwen

De belangrijkste fout is misschien wel dat water wordt doorgeschoven naar techniek: riolering, bufferbekken, infiltratieput, technische dienst. Die oplossingen blijven belangrijk, maar ze beantwoorden niet altijd de ruimtelijke vraag.

Soms is de kernvraag niet: “Hoe lossen we het water technisch op?” maar: “Is deze ontwikkeling op deze plaats nog wenselijk vanuit wateroogpunt?” Dat is precies waarom water steeds nadrukkelijker deel wordt van de ruimtelijke afweging.

Kaarten, modellen en instrumenten zoals het Klimaatportaal spelen daarbij een belangrijke rol als signaalfunctie. Ze helpen risico’s zichtbaar maken en aandachtspunten identificeren. Ze vormen echter geen automatische beslissingsgrond. De beoordeling moet steeds worden getoetst aan de feitelijke situatie op het terrein en aan de concrete kenmerken van het dossier.

dossierbehandeling vergunningsdossier

Wat betekent dit voor je dossierbehandeling?

Gebruik deze zes fouten of onvolkomenheden als snelle controlelijst bij elk dossier met bijkomende verharding, wijziging van afwatering of mogelijke impact op infiltratie. Stel jezelf minstens deze vragen: kijk ik verder dan het perceel, heb ik alle verhardingen mee, is droogte relevant, werken de opgelegde voorwaarden hier effectief en is het wateraspect meer dan louter technisch beoordeeld? Als één van die vragen onbeantwoord blijft, is het dossier nog niet volledig of niet scherp genoeg beoordeeld.

De zes fouten of onvolkomenheden hebben één rode draad: ze vertrekken vanuit een te enge kijk op water. De vergunningenpraktijk vraagt vandaag een bredere blik, waarin wateroverlast, droogte, infiltratie, verharding en klimaatbestendigheid samen worden beoordeeld.