verwachting burger bij waterdossiers is anders

Omgevingsvergunningen gaan zelden alleen over bouwen. Ze gaan ook over verwachtingen. Dat wordt bijzonder duidelijk bij waterdossiers.

Voor jou als omgevingsmedewerker zijn begrippen zoals infiltratie, buffering, droogtegevoeligheid en klimaatadaptatie wellicht vertrouwd. Voor burgers meestal niet. Zij kijken naar hun perceel, hun woning en hun directe omgeving. Jij moet rekening houden met een ruimer watersysteem, toekomstige risico’s en de optelsom van vele kleine ingrepen.

De blik van de burger versus de blik van het watersysteem

“Maar het heeft hier nog nooit onder water gestaan” is een van de meest herkenbare reacties. Vanuit het perspectief van de burger is die reactie logisch. Wie nooit wateroverlast heeft ervaren, ervaart bijkomende voorwaarden snel als overdreven of overbodig. Toch kijkt vergunningverlening niet alleen naar het verleden. Je moet ook rekening houden met toekomstige klimaateffecten en kwetsbaarheden.

Ook de stelling van “de buren mochten het ook” komt vaak terug. Voor burgers voelt dat als een argument van gelijkheid. Maar dossiers zijn zelden identiek. De regelgeving evolueert, inzichten veranderen en de kennis over waterbeheer is scherper geworden. Bovendien wordt de impact van verharding of bebouwing vaak pas zichtbaar wanneer meerdere kleine beslissingen samenkomen.

Kleine ingrepen, grote gevolgen

Een derde klassieker is: “Ik vraag maar een kleine uitbreiding.” Een extra terras, parkeerplaats of beperkte aanbouw lijkt afzonderlijk weinig verschil te maken. Toch ontstaan waterproblemen vaak niet door één groot project, maar door de opeenstapeling van ingrepen die telkens een stukje infiltratiecapaciteit in een ruimere context wegnemen.

Ook de vraag “Waarom moet ik infiltreren als het water toch wegloopt?” toont het verschil tussen burgerlogica en waterlogica. Water dat snel verdwijnt, infiltreert niet noodzakelijk. Het kan ook sneller naar de riolering of nabijgelegen waterlopen worden afgevoerd. Dan wordt het grondwater minder goed aangevuld en neemt de druk op het watersysteem toe.

De kern van veel discussies is dus niet alleen technisch, maar tevens communicatief van aard. De burger kijkt naar zijn perceel. Jij kijkt naar de buurt, het watersysteem en de toekomstbestendigheid van de omgeving. Beide perspectieven zijn begrijpelijk, maar leiden niet altijd tot dezelfde conclusie.
Tegelijk moet je als omgevingsmedewerker goed opletten met de manier waarop je je beslissing uitlegt. Een kaart, model of advies kan helpen om een risico zichtbaar te maken, maar vervangt niet de concrete motivering in het dossier. Je moet kunnen uitleggen waarom net dit project, op deze locatie, bijkomende maatregelen vraagt of waarom een bepaalde ingreep niet aanvaardbaar is.

Wat betekent dit voor je dossierbehandeling?

Anticipeer op typische reacties van burgers door je motivering begrijpelijk te formuleren. Leg niet alleen uit welke maatregel nodig is, maar ook waarom die maatregel relevant is voor dit perceel en deze omgeving. Benoem waar nodig het verschil tussen persoonlijke ervaring en toekomstige risico’s, tussen individuele impact en cumulatief effect, en tussen water afvoeren en water vasthouden.

Daarom volstaat een juridisch correcte beslissing niet altijd. Ze moet ook uitlegbaar en geconcretiseerd zijn. De uitdaging is niet alleen zeggen wat moet, maar ook waarom het nodig is. Wie de link kan leggen tussen een individueel project en bredere wateruitdagingen, vergroot het draagvlak voor beslissingen.

dossierbehandeling