Japans - Initiatie (module 1) NIEUW

Opleiding Taal 140367

Omschrijving

Een nieuwe taal aanleren

Onze taaltrainingen "een nieuwe taal aanleren", leren u een taal effectief te gebruiken in een professionele en een privé context. Luisteren, begrijpen en spreken staan centraal in onze taaltrainingen. U leert niet enkel een nieuwe taal aan maar u krijgt evengoed inzicht in de typische gewoontes, gebruiken, mentaliteit... zeg maar cultuur van de landen waar de betreffende taal wordt gesproken. Dit helpt u om snel door de "native speakers" geaccepteerd te worden en voorkomt onnodige misverstanden en problemen.

U komt terecht in een groep met een beperkt aantal gelijkgestemde cursisten, zodat onze ervaren taalcoaches u ruim voldoende aandacht kunnen geven. Goed om weten: onze taalcoaches onderwerpen u niet aan testen (tenzij u daar zelf op aandringt) en zijn ervaren in het wegnemen van de eventuele drempel om te durven spreken.

Voor wie is deze opleiding bestemd?

U wil Japans als nieuwe taal aanleren

Voorkennis

In deze taalopleiding start u vanaf nul.

Methodologie

  • Situationele aanpak: thema's uit het dagelijkse leven stellen de deelnemers in staat na korte tijd over verschillende onderwerpen te converseren.
  • Communicatief gericht: op iedere dialoog volgt een woordenlijst. De woordenschat uit de dialoog wordt op een interactieve manier tijdens de les ingeoefend en uitgebreid naar de leef- en bedrijfswereld van de deelnemers.
  • Grammatica: de grammaticale onderbouw die de dialogen ondersteunt, wordt systematisch aangebracht en ingeoefend.

Wat kent u na het volgen van deze opleiding?

Na deze taalopleiding kan je de eerste contacten leggen in het Japans met handelspartners of met de lokale bevolking van Japan.

Programma

Kennismaking

  • Je maakt kennis met het alfabet en leert stap per stap Japans lezen. Het alfabet, de tekens, de klinkers, de medeklinkers, ..., uitspraakregels, schrijfwijze, oefeningen.

Ik stel mij voor

  • Zeggen wie je bent. Zeggen wie iemand is of wat iets is. Ja en nee zeggen.

Wie ben jij? Waar is dat? Waar kom je vandaan?

  • Vragen hoe iemand heet. Vragen waar iets zich bevindt. Vragen naar de nationaliteit van iemand.

Hoe oud ben je? Waar woon je? Welke talen spreek je?

  • In een gesprek wordt verder kennisgemaakt: hoe oud ben je?

Wat is je beroep?

  • Vragen naar het beroep. Naam + adres: zeggen + ernaar vragen.

Vult u even dit formuliertje in.

  • Een formulier invullen met naam, voornaam, adres. Een eenvoudige aankondiging lezen waarin cijfers in vermeld staan.

De dagen/de jaarindeling/de werkdag/het uur

De weg vragen

  • Situatie waarbij de weg wordt uitgelegd.

Kopen en verkopen

  • Situatie waarbij iemand inlichtingen vraagt over de kleinhandelszaken. Etiketten van producten en kastickets worden bekeken.

Telefoneren

  • Telefonisch een afspraak maken.

Een zakenrelatie uitnodigen op restaurant

  • Iemand uitnodigen, bestellen in een restaurant, afrekenen